indeling boek

In mijn boek wil ik natuurlijk graag zoveel mogelijk vertellen, maar het belangrijkste moet toch wel de tekeningen zijn. De indeling van mijn boek zal als volgt zijn: schutbladen – titelpagina’s – voorwoord – inleiding: hierin leg ik uit wat een insect precies is, hoe je het herkent, wat de grootste verschillen zijn tussen insecten onderling en over zijn metamorfose – groeperingen – de spreads met verschillende insecten – literatuurlijst – register – colofon – schutbladen.

De inleiding met de uitleg is heel belangrijk als leidraad bij wat volgt, maar ik moet ‘m wel beperkt zien te houden zodat ik zoveel mogelijk tijd kan besteden aan het tekenen van zoveel mogelijk insecten (ik teken jammer genoeg traag en mijn methode – potlood -> pen -> kleurtjes -> verven, draagt ook niet echt bij aan de snelheid).

Ik wil er graag zo veel mogelijk tekenen, mijn boek zal dus nooit af zijn want ik kan eeuwig insecten blijven bijtekenen (er zijn er genoeg!), maar dat betekent ook dat ik best niet teveel uitleg geef per insect. Mijn boek is in de eerste plaats bedoelt om mensen warm te maken voor insecten, het heeft dus ook geen zin alles te vertellen, wie daarnaar op zoek is opent beter een gespecialiseerd handboek. Ik beperk me dus tot een sfeerbeeld waarin ik een leuk en interessant kenmerk van dat bepaalde insect weergeef.

tekeningen

Het beste kan ik tekenen met potlood en pennetje, zo ga ik dus ook te werk want zo kom ik tot heel fijne, goed uitgewerkt en grafische beelden. Om zeker niets verloren te raken, kopieer ik elke keer ik aan een volgende stap begin. Ik maak dus eerst een uitgewerkte schets met een hard potlood, die tekening wordt gekopieerd, vervolgens teken ik hierover met een pennetje (zo’n 0,05 pigment liner van Staedtler; als er dunnere bestonden zou ik nog fijner tekenen!). Deze tekening wordt ook gekopieerd en deze kopie kleur ik in met aquarelkleurtjes, waar ik dan ook nog eens met een nat penseel over ga om de kleuren intenser te maken. De pentekening en die in kleur worden ingescand en over elkaar geplaatst in Photoshop, omdat ik bij het verven vaak de kracht van de lijnen verlies.

cover

Ik ben uiteindelijk heel blij met de tekeningetjes die ik voor de verschillende insectengroepen heb getekend. Ik vond het zelfs jammer dat ik ze in mijn boek altijd maar in het klein kon gebruiken, dus heb ik besloten ze maar ineens samen te brengen op de cover. Toepasselijk ook, zo worden op de cover van mijn insectenboek ineens zo’n beetje de verschillende groepen voorgesteld. Al is dat natuurlijk een beetje relatief, aangezien deze groepsverdeling niet officieel is.

verschillende groepen

Om insecten te bespreken, is het handig ze in groepen te verdelen, aangezien zij een zo ontzettend grote groep omvatten. Insecten worden, net als alle dieren, ingedeeld in verschillende ordes per familie, en het is gemakkelijk een lijn te trekken in deze ordes. Verschillende boeken hanteren verschillende groeperingen, ik heb de (voor mij althans) meest logische genomen:

- oerinsecten: protura, diplura, springstaarten, zilvervisjes, rotsspringers

- rechtvleugelige insecten: kakkerlakken, bidsprinkhanen, termieten, oorwormen,
webspinners, wandelende takken, sprinkhanen en krekels

- eendagsvliegen of haften, steenvliegen

- libellen: echte libellen en waterjuffers

- stofluizen, tripsen, (dier)luizen (bijtende en zuigende luizen), wantsen, cicaden, plantenluizen en vlooien

kakkerlakhaftechte libelcicade


- netvleugeligen

- kevers

- vliegen en muggen

- vliesvleugeligen

- schietmotten/kokerjuffers

- vlinders

netvleugeligekevervliegjevliesvleugeligekokerjuffervlinder

wat houdt mijn eindwerk nu precies in?

Als laatstejaarsstudent illustratie aan de Academie van Antwerpen, kon ik het thema van mijn eindwerk dit jaar ongeveer zelf kiezen.
Vanuit een persoonlijke fascinatie voor de wereld van de insecten is de idee gegroeid om een illustratief boek met een wetenschappelijke inslag te ontwerpen. Hierin wordt de boeiende microwereld die in onze tuinen (en parken) leeft en overleeft, uitgediept. De interesse gaat in de eerste plaats naar de insecten, maar daarnaast komen ook andere ongewervelden aan bod. Het is niet de bedoeling een encyclopedie te maken, die zijn er al genoeg.
Het doel van het boek is de lezers leuke weetjes bij te brengen over het leven van insecten in onze tuinen, en mensen warm te maken voor deze dieren. Naast interessante tekst en uitleg worden er illustratieve afbeeldingen gemaakt die een duidelijk beeld geven en de juiste sfeer scheppen. Het onderwerp wordt op een frisse, nieuwe manier benaderd en er wordt vaak iets verteld dat nog niet onder de algemene kennis valt. Voor het wetenschappelijke aspect is er de hulp van enkele biologen van de ZOO, dr. Philippe Jouk is copromotor van het werk.

Werkwijze:
Het onderzoek werd gestart in bibliotheken, waar er boeken over insecten gezocht werden. Hieruit volgde een selectie van welke insecten precies in onze tuinen leven en welke interessant zijn om weer te geven. Het is onnodig in een project als dit alleen al alle verschillende bijen die in onze tuinen leven, allemaal te bespreken.
De honderden ongewervelden van de eerste selectie, werden er tientallen door verder onderzoek. Uit insectengroepen werd steeds de interessantste om weer te geven gekozen. Vragen over insecten waar bijna geen informatie in bibliotheken of op internet over te vinden was, kwamen terecht bij de Koninklijke Belgische Vereniging voor Entomologie. Van de voorlopige selectie werd een storyboard samengesteld: de insecten werden gegroepeerd per maand waarin ze weergegeven zouden worden. Ook werd een voorlopige schets gemaakt van hoe het dier per dubbele pagina getoond zou worden. Naarmate het echte tekenwerk vorderde, kreeg het boek meer zijn uiteindelijke vorm en werd ook de bedoeling van het boek duidelijker.

In de inleiding wordt de algemene, kenmerkende informatie over insecten verteld: hoe ze opgebouwd zijn, hoe ze zich ontwikkelen en wat de verschillende ordes zijn.
Daarna volgen de geselecteerde insecten, gerangschikt naar datum van voorkomen in onze tuin. De vlinder die bijvoorbeeld leeft van mei tot augustus en in het boek weergegeven wordt in juni, is dan enkel nog maar te vinden als rups en wordt zo in het sfeerbeeld weergegeven. Enkele van de insecten die worden getoond, zijn de winterpluimantennemug, de rosse metselbij, de muggenwants, de meikever, het goudoogje, de ligusterpijlstaart, de kleer- en pelsmot, de vuurwants, de gewone wesp, de schuimcicade en enkele lieveheersbeestjes. Het dier bevindt zich op elke pagina in een sfeerbeeld, waar op de achtergrond haar natuurlijke omgeving te herkennen valt. Het insect en haar precieze opbouw is het belangrijkste gegeven. Naast het sfeerbeeld wordt het leven van het insect verder verduidelijkt aan de hand van enkele kleinere tekeningen met tekst. Bij deze bijvoorbeeld de vlinder van de rups te vinden in juni.
De dieren worden chronologisch geordend naargelang hun vindbaarheid op data doorheen het jaar, zodat het boek als het ware een soort dagboek wordt. Elke tekening wordt natuurgetrouw nagetekend van foto’s uit boeken of van het internet. Natekenen van échte insecten is soms nog interessanter, maar deze zijn moeilijk te verkrijgen.
De teksten worden samengesteld uit diezelfde boeken.

Omdat het boek nogal wetenschappelijk opgevat wordt, moeten ook de afbeeldingen een wetenschappelijke dimensie hebben. De insecten worden grafisch weergegeven, met aandacht voor de kleinste details. Elke tekening wordt eerst in potlood geschetst, daarna in pen overtrokken en ten slotte, waar nodig ingekleurd met aquarelpotloden. De sfeerbeelden zijn zo altijd in kleur, voor een kleinere tekening van een larve of de suggestie van een tak was kleur niet altijd noodzakelijk. Alle prenten zijn heel precies getekend, duidelijk, maar ook grafisch interessant en mooi. Het boek bevat geen foto’s, aan de hand van tekeningen is het gemakkelijk details te tonen en tegelijk een mooi beeld te creëren. Achtergronden en planten waarop de dieren zitten, zijn vrij rudimentair en vaak suggestief getekend, zodat de aandacht niet wordt afgeleid van deze insecten. Door bijvoorbeeld enkele sprieten gras toe te voegen, wordt planwerking verkregen. De achtergronden bevatten stukken die met acrylverf en roller werden gemaakt, waardoor deze een grote structuur bevatten die de idee van natuur versterkt en zo bijdraagt aan de tekening.

Per insect worden slechts een tot twee spreads gevuld, om de omvang van het boek binnen de perken te houden. Het is gemakkelijk verschillende pagina’s aan één dier te besteden omdat er vaak zoveel te vertellen valt, maar een encyclopedie is niet het doel van dit project. Het is belangrijk een teveel aan informatie te schrappen en wat overblijft kernachtig te brengen, zodat het niet te langdradig wordt maar steeds aangenaam en fris leest.

Details waarop aandacht dient gevestigd te worden, zijn opgelicht met een begeleidende tekst. De rest van de tekst staat in een licht font, gill sans, de kleur aangepast aan de sfeer van de afbeelding, omdat het boek in de eerste plaats om de tekeningen draait. De tekst is belangrijk, maar ondergeschikt aan de tekeningen.

Het boek is niet erg groot van formaat wat bijdraagt aan de hanteerbaarheid. Het boek doet soms een beetje denken aan een schetsboek. Het formaat maakt het boek toegankelijker en de draagbaarheid zorgt ervoor dat het ook leuk te raadplegen is in eigen tuin. Er wordt ook gekozen voor een oblongformaat, wat bijdraagt aan de natuurlijkheid van de sfeerbeelden.

ontwerp boekje

Ik ben begonnen met het maken van een soort storyboard, zodat de uiteindelijke vorm van mijn boekje misschien al wat duidelijker wordt. Ik heb gekozen voor een indeling aan de hand van voorkomen van de insecten in het jaar. Het wordt dus een soort dagboek, rechts komt per spread telkens een strook waarop de naam van het insect nog eens vermeld staat, de groepering waartoe het behoort en de maand waarin ik het naar voorkomen getekend heb.

keuzes maken…

Het blijkt uiteindelijk moeilijker dan ik dacht om insecten te schrappen van mijn lijstje, ik wil graag een aantal insecten tonen waarvan je vaak niet weet dat ze er zijn, hoewel ze toch vaak in onze buurt voorkomen. Anderzijds zou ik ook enkele van onze bekende buren willen tekenen, maar dan op een manier zoals niemand ze ooit zag! En wat ga ik juist vertellen?

Er zijn er zoooveel, ik heb besloten dat ik me aan ongeveer een spread per insect ga houden. Erg veel kan ik dus niet vertellen, want ik zou mijn boekje ook graag vrij klein van formaat houden, zodat iedereen het direct ter hande wil nemen, eventueel mee de tuin in!

start!

‘k Heb eindelijk m’n blog aangemaakt, nu nog wat schrijven…
Voor het eindwerk ben ik nu vooral bezig op te zoeken welke insecten interessant zijn om weer te geven in mijn werk. Ik heb een hoop boeken, films, DVD’s en tijdschriften uit verschillende bibliotheken waaruit ik de insecten die in onze tuinen leven zoek, en daaruit maak ik een eerste selectie: welke de moeite waard zijn in mijn verhaal te brengen. Aangezien er echt massa’s insecten zijn, is dit al een hoop werk, maar het is leuk omdat ik ondertussen ook veel over ze bijleer. En hun gedrag is vaak zo boeiend!
Wanneer ik een eerste selectie heb gemaakt, ga ik verder op zoek naar meer specifieke informatie. Daarvoor heb ik me ook reeds aangesloten bij de Koninklijke Vereniging voor Entomologie (Insectenkunde), zij hebben een enorme bibliotheek waar je enkel als lid op afspraak de boeken kan raadplegen. Ik kan daar ook bij enkele entomologen terecht voor meer hulp.
Op mijn stage bij de ZOO kwam ik ook met enkele biologen in contact. Een van hen, Philippe Jouk, zal me bijstaan als promotor.



Follow

Get every new post delivered to your Inbox.